| Alles
op een rijtje
A
Aankoopwaardegarantieverzekering
De aankoopwaardegarantieverzekering is een
verzekering die in de vorm van zowel koopsom als
premiebetaling is af te sluiten bij de aankoop
van de woning. De verzekering dient om u te
beschermen tegen een waardedaling van het huis.
Aanvangsschuld
Hoogte van de oorspronkelijke hypothecaire
geldlening.
Acceptatie van hypotheekofferte
Door de hypotheekofferte te ondertekenen, sluit
u de overeenkomst met de bank. Zolang de
hypotheekakte nog niet is gepasseerd door de
notaris kunt u er nog vanaf.
Administratiekosten
De kosten die een hypotheekinstelling in
rekening brengt voor het behandelen van een
hypotheekaanvraag.
Afkoopwaarde
De afkoopwaarde is het bedrag dat wordt
uitgekeerd bij voortijdige beëindiging van een
levensverzekering. Dit is de tot dat moment
opgebouwde waarde van de levenpolis eventueel
verminderd met diverse kosten.
Aflossingsschema
De manier waarop bij de verschillende
hypotheekvormen de aflossing van de schuld
plaats heeft.
Aflossingsvrije hypotheek
Een aflossingsvrije hypotheek is een
hypotheekvorm waar alleen de betaling van de
verschuldigde rente verplicht is en die onder
bepaalde voorwaarden zelfstandig of in
combinatie met een andere hypotheekvorm gesloten
kan worden.
Afsluitkosten
Dit is het bedrag dat de geldgever in rekening
brengt bij het afsluiten van de hypotheek.
Annuïteitenhypotheek
De annuïteitenhypotheek is een klassieke
hypotheekvorm waarbij de som van de rente en
aflossing, zonder invloed van rentewijziging of
extra aflossingen, gelijk blijft. Daarbij neemt
in het verloopt van de hypotheek het
rentebestanddeel af en het aflossingsbestanddeel
toe.
Annuleringskosten
Sommige geldverstrekkers brengen kosten in
rekening wanneer u afziet van een hypotheek,
terwijl u de offerte eerder had geaccepteerd.
Antispeculatiebeding
Beperkende voorwaarde die de gemeente of de
vorige eigenaar stelt aan de verkoop van uw
huis. Meestal moet u bij verkoop binnen een
aantal jaren (een deel van) de winst afstaan.
B
Bandbreedterente
Variatie op een variabele rente. Het is een
vaste rente met over het algemeen een boven- en
een ondermarge (bandbreedte) van een
contractueel vastgelegd rentepercentage. Wanneer
de marktrente de marge overschrijdt wordt
‘vaste’ rente verhoogd of verlaagd. De
verhoging of verlaging is ter grootte van het
verschil tussen de boven/ondermarge en de
marktrente.
Bankgarantie
Een verklaring waarin de bank garant staat
voor de borgsom die de koper aan de verkoper
moet betalen, indien de koper ingebreke blijft.
Deze verklaring dient als alternatief voor het
daadwerkelijk storten van de borgsom.
Basisrente
Is het laagste tarief van een bepaalde
renteduur die onder de standaardcondities wordt
verstrekt.
Belastbaar inkomen
Het inkomen dat bepalend is voor de
belastingheffing. Het belastbaar inkomen wordt
vastgesteld via het boxenstelsel en bestaat o.a.
uit inkomen uit arbeid en eigen woning,
bijtellingen (zoals auto van de zaak en
eigenwoningforfait) en aftrekposten (zoals
betaalde hypotheekrente en betaalde
alimentatie).
Beleggingshypotheek
Hypotheek waarbij de aflossing op einddatum
geschiedt door middel van een periodiek gestort
bedrag dat is vastgesteld op basis van een
minimaal te verwachten rendement.
Bereidstellingsprovisie
Als u de geldigheidstermijn van een offerte
wilt verlengen, betaald u hiervoor, in geval van
een rentestijging, soms een bepaald bedrag.
Bijleenregeling
De bijleenregeling heet eigenlijk de
Beperking Aftrek Hypotheekrente. Dit is een
beperking van het fiscale voordeel van de
aftrekbaarheid van rente op uw woning als er
sprake is van overwaarde van de woning. De
overwaarde kunt u zien als de winst op uw
woning. De Bijleenregeling zorgt ervoor dat u
deze overwaarde bij verhuizing volledig moet
gebruiken als financiering voor uw nieuwe huis
(althans, u mag wel meer lenen, maar – kort
gesteld -, voor de aftrekbaarheid van de rente
op uw woning dient de overwaarde in aftrek te
worden gebracht op de nieuwe opgenomen schuld).
Het aftrekbare deel van de nieuw
BKR
Bijna alle leningen die u aangaat worden
geregistreerd bij het Bureau Kredietregistratie
in Tiel (BKR). Deze registratie is van invloed
op de hoogte van het hypotheekbedrag dat u kunt
lenen. Daarnaast registreert het BKR of u de
afbetalingen op deze leningen tijdig voldoet.
Zoniet dan kunt u een A-codering krijgen
(achterstandscodering). Met zo’n codering is
het moeilijk om een hypotheek te krijgen, maar
niet onmogelijk.
Boeterente
De boeterente is een bedrag dat de
geldverstrekker in rekening brengt bij het
vroegtijdig aflossen van de hypotheek wanneer de
rentevaste periode nog niet is verstreken en
niet wordt voldaan aan een geldige reden van
aflossing.
Boetevrije aflossing
Vrijgesteld bedrag, meestal uitgedrukt in
een percentage van het (oorspronkelijk) geleende
hypotheekbedrag, dat jaarlijks boetevrij mag
worden afgelost op de hypotheek. De meeste
geldverstrekkers hanteren een percentage tussen
de 10 en 20% .
Bouwdepot
Wanneer u een woning laat bouwen, moeten er
op verschillende momenten rekeningen worden
betaald. Hiervoor wordt op het moment van het
kopen van de grond de gehele hypotheek
afgesloten. Het geld wordt gestald op een aparte
rekening. Hiervan worden de rekeningen betaald.
Over het bedrag in depot ontvangt u rente.
Bouwfinanciering
Een gereserveerd bedrag specifiek voor een
nieuwbouwwoning. Het hele hypotheekbedrag wordt
op een rekening gezet, waarvan u de
bouwtermijnen betaalt. Over het gereserveerde
bedrag ontvangt u rente van de bank.
Bouwrente
De bouwrente is de hypotheekrente die u
betaalt ten behoeve van een huis, dat nog
gebouwd moet worden.
Bouwtermijnen
De gedeeltes van de totale koop-/aanneemsom
die, vooraf vastgesteld, periodiek in rekening
worden gebracht bij de koper.
Box I
Met deze box krijgt iedereen te maken. In
deze box valt inkomen uit arbeid, inkomen uit
eigen woning en winst uit onderneming. Hier
vindt ook de verrekening plaats van de
hypotheekrenteaftrek.
Box II
Wanneer u in het bezit bent van meer dan 5%
aandelen van een vennootschap (men noemt dit
aanmerkelijk belang) wordt u belast in deze box.
Daarvoor geldt een vast tarief van 25%.
Box III
Alles wat niet in de eerste twee boxen valt
komt in Box III. In de praktijk gaat het om
bezittingen zoals spaartegoeden, beleggingen en
onroerend goed (dat niet dient als hoofdwoning)
en schulden zoals consumptieve leningen en een
hypotheek op een tweede woning. De fiscus gaat
uit van een fictief rendement van 4% over het
saldo van uw bezittingen en schulden. Dit
rendement wordt belast met 30%. Dit komt neer op
1,2% belasting over uw vermogen (vermogenrendementsheffing).
Boxenstelsel
Bij de nieuwe belastingwetgeving 2001 wordt
uw inkomen verdeeld over drie boxen. Het
zogenaamde boxenstelsel. Elke belastingbox kent
zijn eigen tarief.
Bufferrente
Zie bandbreedterente.
C
Click-vast rente
Variabele rente waarbij men contractueel een
plafond afspreekt tot waar de variabele rente
kan stijgen. Wanneer de variabele rente het
plafond ‘raakt’ klikt de rente vast tegen
dat rentepercentage tot het einde van de vooraf
gestelde duur van de ‘click-vast’-periode.
Conversiekosten
De kosten die u moet betalen als u van de
ene rentevaste periode overgaat naar de andere,
ook wel verlengingskosten.
D
Dagrente
De rente die geldt op een bepaalde dag voor
een nieuw af te sluiten hypotheek met een
bepaalde rentevaste periode. Dit geldt ook voor
een verlenging van de rentevaste periode.
Depotrente
De rente die u ontvangt over het saldo van
uw bouwdepot.
Disagio
Een gedeelte van de hypotheekrente bij
aanvang van de hypotheek ineens te voldoen.
E
Economische looptijd
De periode waain de hypothecaire lening
volgens het bij de verstrekking overeengekomen
aflossingsschema geheel zou moeten worden
afgelost. Vaak is dit 30 jaar.
Effecthypotheek
Hypotheek waarbij de aflossing op einddatum
geschiedt door middel van een éénmalig gestort
bedrag bij aanvang dat is vastgesteld op basis
van een minimaal te verwachten rendement. Dit
bedrag kan mee zijn geleend in de hypotheek.
Effectieve rente
Het rentepercentage dat men over zijn
hypotheekschuld betaalt, waarbij rekening wordt
gehouden met bijkomende kosten van een
hypotheek, afsluitprovisie en het tijdstip
waarop de hypotheekrente is verschuldigd
(vooraf, achteraf, per maand of per kwartaal).
Eigendomsbewijs
Wanneer de transportakte van het huis bij de
notaris is ondertekend en de nieuwe eigenaar
vervolgens is ingeschreven bij het kadaster
ontvangt de nieuwe eigenaar een afschrift, het
eigendomsbewijs.
Eigen geld
Geld waarover u vrij de beschikking heeft om
bijvoorbeeld een deel van de eigen woning te
financieren of aan te wenden voor een optimale
hypotheek.
Eigenwoningforfait
De denkbeeldige inkomsten uit de eigen
woning uitgedrukt in het zogenoemde
eigenwoningforfait. Bij de aangifte
inkomstenbelasting dient dit forfait bij het
inkomen te worden opgeteld. De hoogte van deze
fiscale huurwaarde is een bepaalde percentage
van de WOZ-waarde (Wet Onroerende Zaakbelasting)
van de woning. De WOZ-waarde is de waarde van de
woning in lege staat en wordt door de gemeente
bepaald.
Eigenwoningrente
Term die wordt gehanteerd voor leningen
(niet alleen hypotheek) die dienen voor aankoop,
onderhoud of verbetering aan de woning. Hierdoor
komen zij in aanmerking voor
hypotheekrenteaftrek in Box I.
Erfpacht
Het zakelijk gebruiksrecht voor een stuk
grond dat niet in eigendom is. De vergoeding
hiervoor noemt men erfpachtcanon.
Erfpachtcanon
De aftrekbare periodieke (gemeentelijke)
heffing op grond dat in erfpacht is uitgegeven.
Executie
Gedwongen openbare verkoop van het onroerend
goed.
Executiewaarde
De geschatte waarde van het pand bij
gedwongen openbare verkoop.
Expiratiedatum
De datum dat een contract of afspraak
afloopt. Bijvoorbeeld de einddatum van een
verzekering of rentevaste periode.
Extra aflossing
Een aflossing die u, hetzij verplicht
(opgelegd door de geldverstrekker), hetzij
vrijwillig, doet boven het bedrag dat u in de
gekozen hypotheekvorm af moet lossen.
Extra storting
Een extra premiebetaling aan de
verzekeringsmaatschappij waarmee u de looptijd
van uw verzekering kan verkorten of u periodieke
premie verlagen.
F
Financieringskosten
De kosten van het financieren van het nieuwe
huis of van de vervangende hypotheek.
Fiscaal aftrekbaar
Van uw belastbaar inkomen af te trekken,
zoals hypotheekrente en kosten die samenhangen
met het verkrijgen van de financiering.
Fiscaal voordeel
Het bedrag dat u minder aan
loon/inkomstenbelasting en sociale premies hoeft
te betalen in verband met onder andere
hypotheekrenteaftrek.
G
Garantiecertificaat
Een bewijs dat wordt afgegeven door het G.I.W.
(Garantie Instituut Woningbouw), waarmee wordt
aangegeven dat nieuwbouwwoningen onder bepaalde
kwaliteit worden gebouwd en gegarandeerd zullen
worden (af)gebouwd.
Gemeenschap van Goederen
Een manier van huwen, waarbij beide
echtgenoten voor 50% eigenaar van de
gezamenlijke eigendommen.
Gemengde verzekering
Een levensverzekering die een bedrag
uitkeert bij overlijden voor- of bij in leven
zijn op een bepaalde datum van verzekerde(n).
Een gemengde verzekering keert dus altijd uit.
Gezondheidsverklaring
Formulier met persoonlijke
gezondheidsvragen. Het dient te worden ingevuld
bij de aanvraag van een verzekering met een
overlijdens- of arbeidsongeschiktheidsdekking.
Bij twijfel over de gezondheid en bij hoge
verzekerde bedragen kunnen er aanvullende vragen
of een medische keuring worden geëist.
Grondrente
Rentevergoeding voor de grondkosten tussen
het moment van aankoop en moment van
daadwerkelijke overdracht.
H
Heffingskorting
Vaste korting op de totale belastingsom (in
plaats van belastingvrije som) in het huidige
belastingstelsel (2001). Naast deze algemene
korting zijn er nog extra kortingen zoals
ouderenkorting en arbeidskorting.
Herbouwwaarde
Het (getaxeerde) bedrag dat benodigd is om
een woning, die bijvoorbeeld is afgebrand, te
herbouwen. Deze waarde is nodig voor een
opstalverzekering en kan worden opgenomen in een
taxatierapport.
Hoofdelijke aansprakelijkheid
Bij het aangaan van een verplichting,
bijvoorbeeld een hypotheek, stelt men één of
meerdere personen persoonlijk aansprakelijk voor
de verantwoordelijkheden die aan die
verplichting zitten.
Huurbeding
Opgelegde beperking van de vrijheid van
verhuren van de woning door een geldverstrekker.
Huwelijkse voorwaarden
Voor het huwelijk wordt vastgelegd welke
vermogensbestanddelen aan wie toebehoren.
Toekomstig vermogen komt op naam van degene op
wiens naam het is ingebracht.
Hybrideverzekering
Universal Life verzekering waarbij naast de
beleggingsfondsen op basis van (beleggings)rendement
ook een fonds kan worden gekozen op basis van
een vergoeding gelijk aan de hypotheekrente die
wordt betaalt aan de onlosmakelijk verbonden
hypotheeksom. Een combinatie tussen beleggen en
sparen.
Hypothecaire geldlening
Geldlening welke verstrekt wordt met als
zekerheid een onroerend goed, waarop een
hypotheek ten gunste van de geldverstrekkers
wordt gevestigd.
Hypothecaire inschrijving
Een hypotheek wordt ingeschreven in het
zogenaamde hypotheekregister. Daarin staat het
bedrag en perso(o)n(en) die de hypotheek is/zijn
aangegaan. Men kent meerdere soorten
inschrijvingen: de bankhypotheek, de
krediethypotheek en de vast inschrijving.
Hypotheek
Een notarieel vastgelegd zekerheidsrecht op
een onroerende zaak, die regelt dat de
onroerende zaak onder bepaalde voorwaarden dient
als onderpand voor een vordering.
Hypotheekakte
Een hypotheekakte is de overeenkomst tussen
u en de hypotheekinstelling, opgesteld door de
notaris.
Hypotheekaktekosten
De kosten die de notaris berekent voor het
passeren van de hypotheekakte, vermeerderd met
de kosten van inschrijving in het
hypotheekregister.
Hypotheekgever
De eigenaar van de onroerende zaak, die het
recht van hypotheek verleend.
Hypotheeknemer
De instelling die de financiering verstrekt
en daarom het recht van hypotheek krijgt.
Hypotheekregister
Een door het kadaster gevoerde openbare
administratie waain alle gevestigde hypotheken
staan geregistreerd.
Hypotheekrente
De vergoeding die men verschuldigd is voor
de hypothecaire lening. De rente over schulden
die zijn aangegaan voor aankoop of verbetering
van de eerste eigen woning zijn aftrekbaar van
het belastbare inkomen.
I
Inboedelverzekering
Verzekering tegen brand en andere
schadedekkingen van roerende zaken.
Inschrijving
Inschrijving van de hypotheek in de openbare
registers, die er voor zorgt dat de hypotheek
van kracht wordt. Inschrijving wordt verzorgd
door de notaris en dient zo snel mogelijk na het
passeren van de hypotheekakte plaats te vinden.
J
Juridische looptijd
Periode waarvoor de overeenkomst is
afgesloten en de rente is vastgelegd. Met andere
woorden de duur van de eerste rentevaste
periode.
K
Kadaster
Rijksinstelling waar iedere onroerende zaak
staat geregistreerd. Tegen betaling van kosten
kan iederen bij het Kadaster informeren wie de
eigenaar is van een onroerende zaak. Bij het
Kaster wordt ook het Hypotheekregister
bijgehouden. Zo kan er altijd worden
gecontroleerd of er op een bepaalde onroerende
zaak een hypotheek is verstrekt.
Kettingbeding
Verplichting die opvolgend wordt opgelegd
aan nieuwe eigenaren van bijvoorbeeld het
onroerend goed.
Keurmerk Hypotheek Bemiddeling
Keurmerk dat wordt verstrekt door de
onafhankelijke Stichting Keurmerk Hypotheek
Bemiddeling. Het Keurmerk is in het leven
geroepen door o.a. consumentenorganisaties om
aan klanten duidelijkheid te verschaffen over de
professionaliteit en kwaliteit van
hypotheekbemiddelaars.
KEW
Afkorting van Kapitaalverzekering Eigen
Woning. Deze verzekering is gekoppeld aan de
hypotheek die rust op een woning die dient als
hoofdwoning, waardoor de uitkering vrijgesteld
is van belasting wanneer deze wordt uitgekeerd.
De maximale vrijstelling van deze uitkering
wordt jaarlijks door de fiscus vastgesteld.
Koop-/aanneemsom
Het bedrag dat voor een nieuwbouwwoning
betaald moet worden, te weten een koopsom voor
de grond en een aanneemsom voor de bouw van de
woning. De koop-/aanneemsom kan worden verhoogd
met bouwrente.
Koop-/aannemingsovereenkomst
(Voorlopige) overeenkomst tot koop van
(bouw)grond en (af)bouw van een woning.
Koopsom
Het bedrag dat u voor het nieuwe huis moet
betalen.
Koopsubsidie
Met de koopsubsidieregeling wil de regering
de keuzevrijheid tussen huren en kopen voor
mensen met lagere inkomens bevorderen. Als u
binnen de inkomensgrenzen van de Huursubsidiewet
valt, dan kunt u in aanmerking komen voor
‘koopsubsidie’. De koopsubsidie verlaagt de
hypotheeklasten. De subsidie kan worden
toegekend bij de aankoop van een woning of
woonwagen met standplaats. Het kopen van een
woning is mogelijk tot maximaal € 131.950,-
inclusief bijkomende kosten. De benodigde lening
mag maximaal € 105.550,- bedragen. Afhankelijk
van het inkomen en de hoogte van de hypothecaire
lening, bedraagt de koopsubsidie maximaal
€ 168,14 per maand. De koopsubsidie kan worden
aangevraagd bij de geldverstrekker die de
hypotheek verstrekt. Koopsubsidie wordt alleen
toegekend in combinatie met een lening met NHG.
U profiteert zodoende ook nog eens van de
voordelen van NHG.
Kosten koper (k.k.)
De koper neemt de overdrachtsbelasting en
notariskosten voor zijn rekening, dit in
tegenstelling tot Vrij Op Naam (v.o.n.).
Krediethypotheek
Bekend als hypothecaire inschrijving en
hypotheekvorm waarbij opname en aflossing vrij
zijn tot aan de hoogte van de inschrijving.
L
Levenhypotheek
Een levenhypotheek is een hypotheekvorm
waarbij de aflossing geschiedt door middel van
een verpande levensverzekering die uitkeert aan
het einde van de looptijd en/of bij overlijden.
Lineaire hypotheek
Klassieke hypotheekvorm waarbij de bruto
last bestaat uit de aflossing (het
hypotheekbedrag gedeeld door de looptijd)
vermeerdert met de rente over het openstaande
hypotheeksaldo.
Lijfrente
Een levensverzekeringsvorm waarbij de
uitkering van het opgebouwde kapitaal of
verzekerde bedrag bij overlijden verplicht
periodiek wordt uitgekeerd in een vooraf
vastgestelde termijn en looptijd. Er is een
mogelijkheid de premies af te trekken van de
belasting of de uitkering onbelast te maken voor
de fiscus.
Lijfrente-aftrek
Door de fiscus vastgestelde maximale
bedragen van aftrekbare premies voor een
lijfrente voorziening.
M
Makelaarscourtage
Kosten die de makelaar u in rekening brengt
voor de begeleiding bij het kopen of verkopen
van een huis.
Margerente
Zie bandbreedterente.
Meeneemfaciliteit
Mogelijkheid om een hypotheek binnen een
bepaalde periode mee te nemen naar een andere
woning.
Meerwerk-/verbeteringskosten
De kosten waarmee u wordt geconfronteerd,
als u bij een nieuwbouwwoning meer werk laat
verrichten dan in het bestek is voorzien, of bij
een bestaande woning verbeteringen laat
aanbrengen.
N
Nationale Hypotheek Garantie (NHG)
Nationale Hypotheek Garantie staat voor een
landelijke overheidsregeling, waarbij de
Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen borg
staat voor de betaling van uw rente en
aflossing. Uw inkomen, de lening en de woning
moeten voldoen aan de normen van het
Waarborgfonds. Uw hypotheek mag maximaal €
240.000,- (2005) bedragen, dit is inclusief alle
bijkomende kosten. Met NHG krijgt u bij veel
geldverstrekkers korting op de hypotheekrente.
NIBUD
Nederlands Instituut voor
Budgetvoorlichting.
Nominale rente
De rente op jaarbasis, die in twaalf
maandelijkse termijnen betaald dient te gaan
worden. Zie ook ‘Effectieve rente’.
Notariskosten
De notaris berekent kosten voor het
opstellen van de hypotheekakte en de
overdrachtsakte (ook wel transportakte genoemd).
O
Onroerende Goed
Grond en alles wat er zich aard- en
nagelvast op bevindt.
Onroerende Zaak Belasting (OZB)
Een belasting op een onroerende zaak,
opgesplitst in een gebruikersdeel en een
eigenaarsdeel. Als eigenaar/bewoner dient u
beide te betalen.
Ontbindende voorwaarden
Voorwaarden in het koopcontract, op grond
waarvan bij niet nakoming de overeenkomst
ontbonden kan worden.
Oplevering
Moment waarop de (ver)bouw van een woning is
voltooid en wordt vrijgegeven aan de (nieuwe)
bewoner.
Opstalverzekering
Verzekering die schade dekt aan de woning
zelf.
Open eind
Levensverzekering zonder definitieve
einddatum.
Optie
Tijdelijke overeenkomst tussen verkoper en
aspirant-koper, waarbij de aspirant-koper
gedurende een periode het eerste recht van koop
heeft tegen een afgesproken prijs. Verkoper
verkoopt in die periode niet aan een ander.
Overbruggingskrediet
Lening om de tijd te overbruggen tussen de
aankoop van de nieuwe en de verkoop van de oude
woning, indien er op dat laatste moment eigen
geld vrijkomt.
Overdraagbare premie
De subsidie die overgaat van de oude naar de
nieuwe eigenaar van een premiewoning.
Overdrachtsakte
Deze maakt de notaris op bij de koop en de
verkoop van onroerende zaken. Deze akte wordt
ingeschreven bij het kadaster.
Overdrachtsbelasting
Deze belasting wordt geheven bij overdracht
van een bestaand huis en bedraagt 6% van de
aankoopwaarde. Meestal betaalt de koper deze
belasting. Voor een nieuwbouwwoning is geen
overdrachtsbelasting verschuldigd. In sommige
gevallen geldt dit wel voor de grond.
Overheidsbijdrage
Subsidie die de overheid uitkeert bij
(sociale) koop- of premiewoningen.
Overlijdensrisicoverzekering
Een verzekering die tot uitkering komt als
de verzekerde komt te overlijden en die het
mogelijk maakt dat de nabestaande(n) in de
woning kan/kunnen blijven wonen, omdat de
hypotheek kan worden afgelost of verlaagd. Het
kan bij sommige hypotheken verplicht worden
gesteld.
Oversluiten
De huidige hypotheek opnieuw afsluiten op
andere voorwaarden en meestal tegen een lagere
rente. Dit kan ook bij een andere instelling. In
de meeste gevallen zijn oversluitkosten
verschuldigd. Als de nieuwe hypotheek wordt
afgesloten bij een andere instelling of bij een
verhoging van het leningsbedrag dient u ook
rekening te houden met de kosten van een nieuwe
hypotheekakte.
Overstapfaciliteit
Mogelijkheid om over te stappen van een
variabele rente naar een vaste rente.
Overwaarde
Het verschil tussen de waarde van een pand
en de hypotheekschuld, voor zover deze positief
is. Dit is ‘stil’ vermogen, besloten in een
woning.
P
Pandrecht
Geeft de pandhouder de mogelijkheid rechten
uit te oefenen op een levensverzekering. Een
verpande verzekering mag u alleen met
toestemming van de pandhouder wijzigen.
Passeren
Het ondertekenen van de hypotheek- en
transportakte bij de notaris, waardoor deze
geldig worden.
Plafondrente
Zie bandbreedterente.
Premiedepot
Het premiedepot is een aande hypotheek
verpande geblokkeerde renterekening bedoelt om
(een deel van) de premies te betalen van de
eveneens aan de hypotheek verpande
levensverzekering.
Premievrij maken
Op verzoek en in overleg met de maatschappij
kan de premiebetaling van een levensverzekering
worden stopgezet terwijl de waarde behouden
blijft en de verzekering blijft doorlopen. Vaak
gebeurt dit bij een hoge poliswaarde en genoeg
aantal jaren betaalde premie (volgens de
Belastingwetgeving 2001).
Premiewoning
Nieuwbouwwoning die door de overheid
gesubsidieerd wordt, in de vorm van een
eenmalige of periodieke bijdrage. Regelingen
verschillen van gemeente tot gemeente.
Projecthypotheek
Bij nieuwbouwprojecten bieden
hypotheekinstellingen soms een hypotheek aan
tegen een lagere rente of afsluitkosten dan
normaal. De lagere rente vervalt meestal bij
renteherziening.
Pro Resto hoofdsom
De nog openstaande (hypothecaire) schuld na
aftrek van alle (administratieve) aflossingen en
kosten.
R
Rechtsbijstandverzekering
Verzekering die voorziet in rechtshulp bij
juridische zaken.
Rekenrente
De wettelijk verplichte vaste rente over het
betaalde bedrag bij traditionele
levensverzekeringen.
Renteverlies tijdens bouw
Hypotheekrente, door u verschuldigd tijdens
de bouw van een huis. Deze last heeft u naast uw
huidige woonlasten. Vaak kunt u renteverlies
meefinancieren, zodat u niet met dubbele
woonlasten zit.
Rentebedenktijd
Bepaalde periode waarbinnen de rente voor
een vaste termijn kan worden vastgezet. Vaak een
periode van één of twee jaar, zodat u een
geschikt moment kunt afwachten.
Renteherziening
Moment waarop een rentevaste periode afloopt
en een nieuwe rentevaste periode gekozen moet
worden.
Rentemiddeling
Een nieuw rentepercentage vaststellen door
het rentepercentage van de voorgaande
hypotheekperiode op te tellen bij het nieuwe
(dag)rentepercentage en beide (gewogen) te
delen. Deze rentemiddeling vindt vaak plaats bij
een hypotheekverhoging voor een verbouwing of
bij verhuizing.
Renteopslag
Een opslag op de basisrente. Bijvoorbeeld in
het geval van een tophypotheek.
Renteselect
Zie bandbreedterente.
Rentevaste periode
De hypotheekrente wordt bij het afsluiten
van de hypotheek voor een bepaalde periode
overeengekomen (bijvoorbeeld 5 of 10 jaar). Na
de rentevaste periode wordt de rente op de
renteherzieningsdatum aangepast aan de dan
gelden rentestand, voor een nieuwe door u te
kiezen periode.
Restschuld
Het gedeelte van de oorspronkelijke lening
dat nog open staat.
Roerende zaken
Alles wat niet nagel- en aardvast is
verbonden aan een onroerend goed.
Royeren
Uitschrijven/doorhalen van een hypotheek uit
het Hypotheekregister.
S
Servicekosten
Kosten voor collectief onderhoud,
collectieve verzekeringen en overige
voorzieningen aan een onroerend goed.
Bewoners/eigenaren van flats, appartementen en
gesplitste woningen hebben met servicekosten te
maken.
Spaarhypotheek
Hypotheekvorm, ook wel bekend als Verbeterde
Levenhypotheek, waarbij de aflossing geschiedt
door middel van een gemengde verzekering en
waarbij de vergoeding over een berekening van de
spaarpremie bepaald wordt door de
hypotheekrente.
Stabielrente
Zie bandbreedterente.
Starterslening
De Stichting Stimuleringsfonds
Volkhuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVn)
biedt een product dat koopwoningen makkelijker
bereikbaar maakt: de Starterslening. De
starterslening is bedoeld om het verschil te
overbruggen tussen de kosten van de aankoop van
de woning en de maximaal mogelijke lening voor
de koper. Het is een aanvullende lening op een
reguliere hypotheek. De Starterslening wordt
verstrekt voor maximaal 30 jaar en is, in ieder
geval, de eerste 3 jaar renteloos en
aflossingsvrij. Na drie jaar wordt, op basis van
uw dan geldende persoonlijke situatie, bekeken
of er rente en aflossing over de Starterslening
betaald kan worden. Indien dit het geval is dan
wordt de Starterslening aangepast aan uw nieuwe,
persoonlijke situatie. Voor de Starterslening
wordt een tweede hypotheek gevestigd op de
woning. De Starterslening is in een beperkt
aantal gemeenten mogelijk. Iedere gemeente stelt
zelf de voorwaarden vast om in aanmerking te
komen. De aanvrager moet echter altijd een
hypotheek afsluiten met Nationale Hypotheek
Garantie.
Stichtingskosten
Alle kosten inclusief meerwerk die worden
gemaakt voor de aankoop van een nieuwbouwwoning.
Successierechten
Na overgang van eigendommen na overlijden
dient de ervende nieuwe eigenaar belasting te
betalen.
T
Taxatie
Waardebepaling van het huis op een bepaald
moment. De taxatie dient gedaan te worden door
een erkende taxateur. De kosten zijn afhankelijk
van de waarde van het huis.
Testament
Schriftelijk (door de notaris) vastgestelde
bepaling van een erfgenaam, die specifieker is
dan het wettelijke erfrecht.
Tophypotheek
Indien het hypotheekbedrag hoger is dan een
bepaald percentage (afhankelijk van de
geldverstrekker) van de executiewaarde, spreekt
men van een tophypotheek.
Transportakte
Overdrachtsakte, die de notaris opmaakt bij
de koop en verkoop van onroerende zaken en die
wordt ingeschreven bij het kadaster.
Tweede hypotheek
In bepaalde gevallen is het mogelijk een
tweede hypotheek af te sluiten op eenzelfde
pand, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van
overwaarde.
Tweeverdienershypotheek
Hypotheek die alleen verstrekt wordt in een
huishouding waar sprake is van twee (vaste)
inkomens.
U
Unit
Participatie (aandeel) in een
beleggingsfonds.
Unit-linked verzekering
Verzekering waarbij er gespaard wordt door
te beleggen in één of meer beleggingsfondsen.
Het spaardeel wordt gebruikt om ‘units’ aan
te kopen. Vaak kan worden gekozen uit o.a.
aandelen-, obligatie- en mixfondsen.
Universal-life verzekering
Verzekering opgezet vanuit het
Universal-Life principe waarbij de ingelegde
premies worden belegd in units. Die units worden
weer verkocht om bepaalde dekkingen bij
overlijden en arbeidsongeschiktheid te
financieren. Deze vorm van verzekeren kenmerkt
zich door een hoge mate van flexibiliteit.
V
Variabele rente
U betaalt geen vast percentage, maar een rente
die per maand of kwartaal varieert.
Vaste inschrijving
Vermelding in het hypotheekregister waarbij
sprake is van een zogenaamd dalend
hypotheekrecht. De geldverstrekker mag dan niet
meer vorderen dan de nog openstaande
hypotheekschuld vermeerderd met rente en kosten.
Vereniging van eigenaren
Als het eigendom van een pand (appartement,
gesplitste woning) over meerdere eigenaren is
verdeeld, vormen de eigenaren gezamenlijk een
vereniging. Deze vereniging is wettelijk
verplicht.
Vermogensrendementsheffing
Term voor de wijze waarop in Box III het
vermogen minus de schulden wordt belast. In de
regel komt deze belasting neer op een tarief van
1,2% over huidige vermogen na aftrek van
mogelijke vrijstellingen.
Verpanding
Via hypotheekakte vastgelegde verplichting
dat (bijvoorbeeld) een levensverzekering
onlosmakelijk verbonden is aan een hypotheek als
aflossingsverplichting.
Verwervingskosten
Het totaal benodigde bedrag om het huis te
kunnen kopen (verwerven).
Voorfinanciering
De subsidie op premiewoningen of (sociale)
koopwoningen kan door de bank worden
voorgeschoten en tussen de overheid en bank
worden verrekend.
Voorlopige teruggaaf
Een eigen woning bezitter mag onder andere
de hypotheekrente opvoeren als aftrekpost
inkomstenbelasting. Dat leidt tot een
belastingteruggave, die in plaats van per jaar
achteraf ook per maand achteraf kan worden
uitbetaald. U ontvangt dan een voorlopige
teruggave rechtstreeks van de Belastingdienst.
Eventueel te veel of te weinig terug ontvangen
belasting wordt achteraf verrekend met de
definitieve aanslag inkomstenbelasting.
“Voorlopig koopcontract”
Overeenkomst waarin alle zaken, inclusief de
ontbindende voorwaarden, zijn opgenomen met
betrekking tot de koop- en verkoop van onroerend
goed. De aanduiding ‘voorlopig’ heeft enkel
betrekking op het gegeven, dat de notaris voor
de uiteindelijke eigendomsoverdracht moet
zorgen. ‘Voorlopig’ moet dan ook niet
verward worden met ‘vrijblijvend’!
Vrij op naam (v.o.n.)
De verkoper neemt de notariskosten en
overdrachtsbelasting voor zijn rekening.
Vrije sector
Categorie nieuwbouwwoningen boven een
bepaald prijsniveau.
Vrije verkoopwaarde
De geschatte waarde van de woning bij
vrijwillige verkoop, onder meest optimale
condities.
W
Waarborgsom
Mogelijke zekerheidsstelling bij een koop
van een (bestaande) woning voor de verkoper tot
aan transportdatum waarbij de koper een bedrag
(tot 10% van de afgesproken koopsom) overmaakt
aan de notaris. Dit kan ook via een
bankgarantie.
Weduweverklaring
Verklaring bij verzekeringsvorm waarbij, ter
besparing van het successierecht, de
echtgenoot/echtgenote van de geldnemer als
eerste bevoordeelde voor het verzekerde kapitaal
bij overlijden aangewezen wordt. Dit onder de
verbintenis dat deze de uitkering aanwendt voor
de aflossing van de hypotheekschuld.
Wet Brede Herwaardering
Verzekeringswet van 1992 tot en met 2000 die
vermogensopbouw via kapitaalverzekeringen
beperkt middels vrijstellingen, duur en maximale
inleg. Sinds de invoering van de
belastingherziening 2001 inhoudelijk
gedeeltelijk opgenomen in het nieuwe
boxenstelsel via overgangsrecht en vaste
bepalingen en vrijstellingen in Box I en Box III.
Woonlasten
Het bedrag dat u per jaar voor het bewonen
van uw huis moet betalen.
WOZ
Wet Waardering Onroerende Zaken. Draagt zorg
voor een uniforme waardering van alle onroerende
zaken in Nederland, die in de belastingheffing
worden betrokken. De wet verplicht gemeenten
éénmaal per vier jaar waarde van een onroerend
goed vast te stellen, op basis waarvan uw
onroerende zaakbelasting en huurwaardeforfait
worden bepaald.
Hypotheekofferte
Wanneer
u een nieuwe woning heeft gekocht of u wilt uw
huidige hypotheek oversluiten dan kunt u hier
een gratis
offerte opvragen.
|